Onderwijsgeneratie

Ruim 20 jaar geleden startte ik als zij-instromer in groep 5 van een kleine school in Utrecht. Ik was drie jaar vakleerkracht gym geweest op vijf verschillende scholen in (de regio) van Rotterdam. Ik snakte naar de binding met een school en de kinderen en wilde ze meer leren dan dat ik in de gymzaal kon bereiken. Voor de zomervakantie stond ik elke week aan 650 leerlingen gymles te geven, vier weken later was ik groepsleerkracht in groep 5.

De school waar ik mij als zij-instromer mocht ontwikkelen had een ervaren team van leerkrachten waarvan bijna de helft man was. Ik was als begin twintiger echt een guppy met één collega van 45 jaar en de rest rond de 50 jaar of ouder. Bijna alle leerkrachten werkten al hun hele loopbaan op deze school. Je kunt je voorstellen dat hier sprake was van een duidelijke schoolcultuur, gevormd door jarenlange ervaringen met leerlingen, het onderwijs en elkaar. Ik werd niet zonder meer in het team opgenomen. Het team had maar al te vaak leerkrachten zien komen en gaan omdat het werk op deze school in deze wijk niet altijd makkelijk was. Maar gaandeweg kregen ze in de gaten dat ik niet zomaar weg zou lopen bij tegenslag. Gezien de verschillen in leeftijd en ervaring voelde het voor mij op bepaald moment alsof ik er een stel vaders en moeders bij had. Ik leerde enorm veel van ze. Over het onderwijs en het leven, over hoe het vroeger ging, wat ze voor het onderwijs hadden betekent en wat ze hadden meegemaakt. Er liep ongeveer 300 jaar ervaring op de school rond en ik maakte daar gretig gebruik van.

Een terugkerend onderwerp in gesprekken over het onderwijs, was het feit dat het team in hun beginjaren ingezet had op projectmatig onderwijs. Het was een tijd dat er nog niet met methodes werd gewerkt en alle lesstof zelf bedacht moest worden. Materiaal werd bij elkaar gezocht, opdrachten gemaakt en teamleden zaten tot in de late uurtjes op school het onderwijs te ontwikkelen waardoor leerlingen alle vaardigheden in samenhang aanleerden. Met de komst van methodes en tussendoelen werden op den duur de projecten losgelaten en verdwenen ze in dozen naar de zolder. Maar in gesprekken kwamen ze altijd weer terug. Zeker wanneer ik onderwerpen wilde inbrengen die ik tijdens mijn opleiding leerde en waar ik enthousiast over was. Over ‘nieuwe’ ontwikkelingen werd vaak gelachen en geroepen dat het allemaal niets nieuws was. Want dat was toch allemaal hetzelfde wat zij al die tijd hadden gedaan, toen haast niemand van methodes of 21e eeuwse vaardigheden had gehoord.

Na verloop van tijd voelde ik dat ik, mede door dat soort reacties, mijn vleugels moest gaan uitslaan. Dat ik na een periode in mijn leven waarin ik lief en leed had gedeeld met deze fijne mensen de volgende stap moest gaan zetten om door te kunnen groeien. Ik maakte de overstap naar een andere school (met een heel jong team) in een Vinex wijk en nam met pijn in mijn hart afscheid van de mensen bij wie ik zo mezelf had kunnen zijn.

Ik denk nog vaak met weemoed terug aan die eerste zeven jaar als leerkracht. Ik leerde er zoveel van mensen die nog het onderwijs van vroeger hadden meegemaakt of de oude KLOS (Kleuter Leidster Opleiding School) hadden gevolgd. Het was niet altijd makkelijk omdat ik dingen wilde die zij al lang hadden gedaan of waar ze de energie niet meer voor konden opbrengen om op te pakken. Maar om met verschillende generaties aan leerkrachten te hebben mogen werken vind ik tot op de dag van vandaag enorm waardevol.

De laatste tijd denk ik weer veel aan ze terug omdat het thematisch onderwijs aan een opkomst bezig is. De jarenlange verkaveling van het taalonderwijs (het opsplitsen van taaldomeinen in aparte lessen) blijkt funest te zijn voor de taal- en leesvaardigheid van kinderen. Uit onderzoek naar begrijpend lezen komt naar voren dat kennis van de wereld bijdraagt aan het leesbegrip en dat teksten het best aangeboden kunnen worden in contextrijke omgevingen. Als gevolg daarvan zie je nu overal thematische methodes verschijnen. Gemaakt door methode ontwikkelaars en uitgeverijen. Eigenlijk zijn die thematische aanpakken van nu de projecten van toen. Je hoeft er als leerkracht alleen niet meer zelf voor in de boeken te duiken, het ligt kant en klaar om gebruikt te worden. In de afgelopen periode zag ik vaak in gedachten mijn collega’s terug. Hoe ze deze ontwikkeling vast weer met een hoop gelach zouden hebben ontvangen en besproken.  ‘Ze moesten eens weten’, glimlachte ik nog.

Al mijmerend maakte ik vorige week een boswandeling in een natuurgebied hier een eindje vandaan. Na nog geen 10 minuten van mijn wandeling zie ik daar, voor het eerst in jaren een van mijn oud-collega’s. Zij genietend van haar pensioen, ik genietend van een vrije middag. We praatten een hele poos; over hoe het was, hoe het nu met ons gaat en natuurlijk over het onderwijs. Ik vertelde over de trends, de kritiek op het onderwijs in begrijpend lezen en de opkomst van het thematisch onderwijs. En precies zoals ik dacht dat ze zou doen, reageerde ze lachend dat dit allemaal weer niet verrassend is. Zo gaat dat in het onderwijs. Ik begin te herkennen wat ik voor het eerst hoorde toen ik nog een onderwijsguppy was. Er komt iets nieuws, iedereen wil het en dan moet het plots toch weer helemaal anders.

Wanneer we besluiten dat we onze wandeling apart voortzetten vertelt ze dat ze zich mijn afscheid nog zo goed kon herinneren. Want ik had daar in een klein toespraakje gezegd, dat het toen voelde alsof ik uit huis ging en al mijn ouders achterliet. En zo was het echt. Zonder die mooie eerste jaren was ik in het onderwijs niet gekomen waar ik nu ben. Daar ben ik ze nog altijd dankbaar voor.