Verbeteren van begrijpend lezen: zo maak je weloverwogen keuzes

Het onderwijs in begrijpend lezen staat op veel scholen hoog op de agenda. Dat is niet voor niets. Niet alleen zijn er tegenvallende PISA resultaten. Ook vallen er gaten in de leesontwikkeling van leerlingen door de coronamaatregelen.

Adviesraden en onderzoeksinstanties zoals de Taalunie en Stichting VLOR benoemen belangrijke actiepunten. Vooropgesteld: begrijpend lezen is een complexe vaardigheid die niet in één methodeles te vangen is. Van leerkrachten wordt daarom verwacht dat ze ‘meer boven de methode’ gaan staan en deelvaardigheden met elkaar kunnen verbinden. Als adviseur en trainer bereiken me vanuit veel scholen vragen om een inhoudelijke training of nascholing te verzorgen zodat leerkrachten weten hoe ze de methode kunnen loslaten. Daarmee lijkt verbetering van het begrijpend leesonderwijs een simpel abc’tje dat vaak op het bordje van de leerkracht wordt gelegd.

Zo simpel zit het echter niet in elkaar. Ook als schoolleider heb je uiteraard een rol. Je zult je bewust moeten zijn van de krachten die er spelen in het veld van verandering van didactisch handelen rondom begrijpend lezen. In een drieluik over begrijpend lezen ga ik daarom nader in op met name de rol van de schoolleider.  In de eerste twee blogs zet ik uiteen met welke factoren je als schoolleider rekening dient te houden op het gebied van de lerende leerkracht en het lerende team. In de derde en afsluitende blog vat ik een en ander samen en geef ik tips over hoe je een verbetertraject voor begrijpend leesonderwijs effectief in gang kunt zetten.

Deel 1:  De schoolleider als ‘mogelijkmaker’

 Wanneer ik op scholen maatwerktrajecten begeleid, merk ik dat leerkrachten het loslaten van de methode spannend vinden. Enerzijds heerst bij leerkrachten het idee dat het volgen van de methode hen controle geeft over de aan te bieden leerdoelen. Anderzijds schieten leerkrachten vaak in paniek als ze het idee krijgen dat het loslaten van de methode meer tijdsinvestering vraagt. Tijd die ze meestal niet denken te hebben. Ideeën en denkbeelden over hoe het is of zou moeten zijn gaan gepaard met allerlei andere (interne) overtuigingen die de individuele leerkracht kenmerken. Uit onderzoek is bekend dat overtuigingen van de leerkracht het handelen in de klas in sterke mate bepalen (Mathijsen, 2006). Welke verwachtingen hij heeft van de leerlingen is bijvoorbeeld van invloed op hoe hij deze leerlingen benadert (Pygmalion-effect). En zo zijn er ook inhoudelijke overtuigingen die de leerkracht kunnen belemmeren een beweging in gang te zetten. Alvorens een professionaliseringstraject te initiëren is het voor de uitkomst van dat traject van belang dat jij als schoolleider in beeld hebt met welke overtuigingen de leerkracht de klas in gaat.


Lees verder op de site van KPC-groep waar deze drieluik is gepubliceerd.
https://www.kpcgroep.nl/mensen/marjolein-van-oenen/blogs/verbeteren-van-begrijpend-lezen-zo-maak-je-...